ECLI:NL:CRVB:2013:CA0580

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12-6263 ZW-W
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in hoger beroep sociaal zekerheidsrecht

Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden in een sociaal zekerheidsrechtelijke zaak. Voor de geplande zitting vroeg verzoeker uitstel vanwege een wens tot contra-expertise en verhindering van zijn gemachtigde. Dit verzoek werd door de behandelend rechter mr. Goorden afgewezen. Verzoeker stelde vervolgens een wrakingsverzoek in tegen mr. Goorden, stellende dat de rechter onpartijdigheid zou kunnen missen.

De Raad overwoog dat wraking niet bedoeld is als middel tegen procedurele beslissingen, tenzij daaruit blijkt dat de rechter vooringenomen is. De enkele afwijzing van het uitstelverzoek vormt daarvoor geen grond. De Raad benadrukte dat de rechter nog geen oordeel over de zaak had gevormd en dat de inhoudelijke juistheid van de procedurele beslissing niet relevant is voor wraking.

Daarom wees de Centrale Raad van Beroep het wrakingsverzoek af. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2013 door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Goorden wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.

Uitspraak

12/6263 ZW-W
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Beslissing op het verzoek op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gedaan door
[A. te B.] (verzoeker)
Datum beslissing: 21 mei 2013
PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 16 oktober 2012, 10/643, in het geding tussen verzoeker en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Voor de aanvang van het geplande onderzoek ter zitting op 29 mei 2013 heeft mr. P. Rijnsburger, advocaat, per brief, ingekomen bij de Raad op 3 mei 2013, verzocht om wraking van de behandelend rechter mr. C.P.J. Goorden.
Mr. Goorden heeft op 8 mei 2013 bericht dat hij niet in de wraking berust.
De behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 13 mei 2013. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. Rijnsburger. Mr. Goorden heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord.
OVERWEGINGEN
1. Artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2. Aanleiding tot het wrakingsverzoek vormt het niet voldoen door mr. Goorden aan een namens verzoeker ingediend verzoek om de op 29 mei 2013 geplande zitting uit te stellen. Dat uitstelverzoek had enerzijds te maken met de wens van verzoeker om een contra-expertise te doen instellen en hield anderzijds verband met verhindering van de gemachtigde. Na de afwijzing van het verzoek heeft ook verzoeker zelf te kennen gegeven op de genoemde datum verhinderd te zijn, maar dat heeft er niet toe geleid dat het verzoek alsnog is ingewilligd. Verzoeker heeft aan deze gang van zaken de indruk overgehouden dat feitelijk al over zijn zaak is beslist en dat het verloop van de geplande zitting er eigenlijk niet meer toe doet.
3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
3.1. Het afwijzen van het uitstelverzoek is een procedurele beslissing van de behandelend rechter. Zoals de Raad al vaker heeft overwogen (CRvB 3 december 2010, LJN BO6452), is wraking niet bedoeld als rechtsmiddel tegen procedurele beslissingen en kunnen deze beslissingen slechts leiden tot toewijzing van een wrakingsverzoek als uit de procedurele beslissing blijkt van vooringenomenheid bij de rechter die de beslissing heeft genomen. Anders dan verzoeker ziet de Raad in de enkele afwijzing van het uitstelverzoek van verzoeker geen grond gelegen voor het oordeel dat in dit geval van vooringenomenheid aan de zijde van mr. Goorden sprake is. De afwijzing impliceert immers geenszins dat de door verzoeker gewenste contra-expertise niet meer zou kunnen plaatsvinden of dat deze op voorhand overbodig wordt geacht. De Raad wijst in dit verband ook op de schriftelijke reactie van mr. Goorden op het wrakingsverzoek, waarin hij te kennen geeft dat hetgeen de gemachtigde met betrekking tot de inhoud van de zaak beschrijft, ter zitting aan de orde kan worden gesteld en dat hij hierover nog geen oordeel heeft gevormd of gegeven. Dat een eventueel naar de zitting af te vaardigen kantoorgenoot van de gemachtigde van verzoeker
noch over dezelfde vakkennis op het terrein van het sociaal zekerheidsrecht, noch over hetzelfde inzicht in deze specifieke zaak beschikt als de gemachtigde zelf, is voorts een argument dat primair ziet op de inhoudelijke juistheid van de genomen procedurele beslissing, welke inhoudelijke juistheid hier geen toetsingscriterium kan zijn. Ook dat argument rechtvaardigt niet de conclusie dat de beslissing was ingegeven door vooringenomenheid.
3.2. Uit 3.1 volgt dat het verzoek om mr. Goorden te wraken moet worden afgewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om wraking af.
Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs als voorzitter en J. Brand en B.J. van de Griend als leden, in tegenwoordigheid van A.C. Oomkens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2013.
(getekend) E.J.M. Heijs
(getekend) A.C. Oomkens