Uitspraak
3 oktober 2014 volledig arbeidsongeschikt is geacht en hem per die datum een loongerelateerde WGA-uitkering is toegekend.
OVERWEGINGEN
28 november 2011 is appellant uitgevallen wegens psychische klachten.
3 september 2013. Op basis van deze FML heeft een arbeidsdeskundige een aantal functies geselecteerd die appellant geacht wordt te kunnen vervullen. De arbeidsdeskundige heeft de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant berekend op 34,48%.
25 november 2013 minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
21 januari 2014 de hoorzitting bijgewoond. In haar rapport van 24 januari 2014 concludeert deze arts dat de FML op een aantal beoordelingspunten bijstelling behoeft. Zij heeft dat als volgt gemotiveerd:
24 januari 2014 heeft een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in een rapport van
10 februari 2014 de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 34,38%, waarna het bezwaar van appellant tegen dit besluit bij besluit van 11 februari 2014 (bestreden besluit) door het Uwv ongegrond is verklaard.
10 februari 2014. Met het rapport van 24 januari 2014, nader toegelicht in beroep bij rapport van 22 april 2014, heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep inzichtelijk en overtuigend gemotiveerd waarom tot de beperkingen is gekomen zoals vastgesteld in de FML van
24 januari 2014. In deze rapporten is de over appellant beschikbare informatie kenbaar betrokken en gewogen. Naar aanleiding van de in hoger beroep bekend geworden nadere ontwikkelingen over de aan appellant toegekende uitkeringen heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de rapporten van 25 november 2014, 16 november 2015,
15 december 2015 en 16 februari 2016 overtuigend toegelicht waarom in deze nieuwe ontwikkelingen geen medische grond is gelegen om appellant per datum in geding,
25 november 2013, meer beperkt te achten dan is vastgesteld in de FML van 24 januari 2014.