ECLI:NL:CRVB:2017:1027
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Afwijzing laattijdige Wajong-aanvraag vanwege vermeende verdiencapaciteit boven 75% minimumloon
Appellant diende op 3 maart 2014 een aanvraag in voor arbeids- en inkomensondersteuning op grond van de Wet Wajong 2010. Het UWV wees deze aanvraag af omdat appellant naar oordeel meer dan 75% van het minimumloon kan verdienen. Appellant voerde psychische en lichamelijke klachten aan, waaronder een angststoornis, depressie, sociale stoornis, astma en migraine. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef het standpunt van het UWV.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn klachten en stelde hij dat hij aangewezen is op speciale begeleiding en werk onder beschutte omstandigheden. Medische rapporten bevestigden onder meer een autisme spectrum stoornis en noodzaak voor begeleiding. De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom de noodzakelijke begeleiding binnen het reguliere leidinggevende en collegiale kader zou blijven en niet zou neerkomen op werk onder beschutte omstandigheden.
De Raad concludeerde dat het UWV het gebrek in de motivering moet herstellen en droeg op het besluit binnen zes weken aan te passen. De uitspraak bevestigt dat bij beoordeling van Wajong-aanvragen niet alleen de verdiencapaciteit, maar ook de aard en mate van begeleiding zorgvuldig moeten worden gemotiveerd.
Uitkomst: Afwijzing van de Wajong-aanvraag wordt gehandhaafd, maar het UWV moet het gebrek in de motivering over de noodzakelijke begeleiding herstellen.