ECLI:NL:CRVB:2017:1434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- M. Greebe
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
WIA-uitkering geweigerd wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking en verzekering
Appellant verzorgde zijn echtgenote op basis van een zorgovereenkomst die als overeenkomst van opdracht was gekwalificeerd. Hij was niet verplicht verzekerd voor de Wet WIA omdat hij geen privaatrechtelijke dienstbetrekking had en ook niet vrijwillig verzekerd was.
Het UWV wees de WIA-uitkeringen af omdat appellant op de eerste arbeidsongeschiktheidsdagen niet tot de kring van verzekerden behoorde. Appellant voerde aan dat hij telefonisch was geïnformeerd dat hij verzekerd was, maar dit werd niet bevestigd door schriftelijke of ondubbelzinnige toezeggingen.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen duidelijke toezeggingen zijn gedaan. De Raad bevestigde dat de overeenkomst van opdracht de basis was en dat appellant geen recht op WIA-uitkering heeft. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens ontbreken van verplichte verzekering en privaatrechtelijke dienstbetrekking.