ECLI:NL:CRVB:2017:1431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening besluit Ziektewet wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant meldde zich op 27 april 2010 ziek en beëindigde met zijn werkgever de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2010. Het UWV weigerde op 12 november 2010 ziekengeld toe te kennen omdat appellant onnodig een beroep deed op de Ziektewet. Appellant maakte hiertegen geen bezwaar, waardoor het besluit onherroepelijk werd.
Later werd appellant in aanmerking gebracht voor een WW-uitkering en uiteindelijk een WIA-uitkering met ingang van 24 april 2012. Appellant verzocht het UWV op 26 november 2014 om terug te komen op het oorspronkelijke besluit van 12 november 2010, stellende dat hij recht had op ziekengeld over de periode 1 oktober 2010 tot 31 mei 2011.
Het UWV wees dit verzoek af omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad stelde vast dat appellant zijn argumenten eerder had kunnen aanvoeren en dat zijn gezondheidsklachten niet waren onderbouwd met medische verklaringen. Er was geen sprake van evident onredelijkheid in het besluit van het UWV.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht het verzoek tot herziening had afgewezen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 3 mei 2016.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op het besluit tot weigering van ziekengeld wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.