Uitspraak
15 december 2015, 15/1699 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 17 februari 2015 ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, werkzaam als monteur bedrijfswagens, meldde zich ziek en vroeg een WIA-uitkering aan die werd afgewezen vanwege onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Vervolgens vroeg hij een WW-uitkering aan, die werd geweigerd omdat hij volgens het bestuursorgaan op dat moment in België woonde.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat betrokkene aannemelijk had gemaakt in Nederland te wonen, mede op basis van een verklaring van zijn vriendin en ontkenning van een verhuisverklaring. Hierdoor werd het bezwaar gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
In hoger beroep stelde het bestuursorgaan dat betrokkene zelf en in diverse documenten had verklaard in België te wonen, en dat de verklaring van de vriendin niet geloofwaardig was. Betrokkene voerde aan wel degelijk in Nederland te wonen, ondersteund door inschrijving in de Basisregistratie Personen, verklaringen van familie en kennissen, en bankafschriften.
De Centrale Raad oordeelde dat het formele adres in de BRP niet doorslaggevend is en dat betrokkene onvoldoende bewijs leverde dat hij op 1 december 2014 in Nederland woonde. Diverse documenten en verklaringen van voor die datum wezen op verblijf in België. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat betrokkene onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij op 1 december 2014 in Nederland woonde.