ECLI:NL:CRVB:2017:1229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens belastingaanslag na gezinsbijstand
Appellante, die een Wajong-uitkering ontving en bij haar vader woonde die bijstand ontving, verzocht om compensatie van extra loonheffing over 2012 die voortkwam uit de gezinsbijstand die zij en haar vader ontvingen. Het college had eerder besloten de huishoudinkomenstoets toe te passen en de gezinsbijstand toe te rekenen volgens overgangsrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en kwalificeerde het besluit als een zuiver schadebesluit, waarbij werd aangenomen dat het oorspronkelijke besluit rechtmatig was omdat appellante geen bezwaar had gemaakt en geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd.
In hoger beroep stelde appellante dat zij door de belastingaanslag financieel werd benadeeld en dat de uitbetaling op een verkeerde bankrekening had plaatsgevonden. De Raad oordeelde dat de feitelijke uitbetaling geen fiscale gevolgen had en dat geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond die het niet maken van bezwaar konden rechtvaardigen.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens extra loonheffing wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.