ECLI:NL:CRVB:2016:4762
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek tegen rechters Centrale Raad van Beroep wegens schijn van vooringenomenheid
Verzoeker stelde een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de Centrale Raad van Beroep in een hoger beroepprocedure tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam. Het wrakingsverzoek volgde op een procesgang waarbij de raad van bestuur van het Erasmus MC had verzocht stukken die onder de geheimhoudingsplicht van mediation vielen buiten beschouwing te laten. De behandelend kamer had dit verzoek voorafgaand aan de zitting besproken en aan verzoeker meegedeeld dat het verzoek zou worden toegewezen, zonder hem vooraf gelegenheid te geven hierop te reageren.
Verzoeker voelde zich hierdoor overvallen en meende dat de beslissing niet behoorlijk was gemotiveerd en dat hij niet voorafgaand aan de beslissing was gehoord. De gewraakte rechters stelden dat het een procesbeslissing betrof die zij rechtens moesten toewijzen vanwege de geheimhoudingsplicht. Tijdens de zitting erkende een van de rechters dat de gang van zaken niet ideaal was en dat bij een nieuwe behandeling onbevooroordeeld naar de zaak zal worden gekeken.
De wrakingskamer oordeelde dat de beslissing een inhoudelijk karakter had en dat een dergelijke beslissing voorafgaand aan het nemen daarvan open met partijen besproken moet worden, waarbij zij gelijke kansen krijgen hun standpunten toe te lichten. Dit was in deze zaak niet gebeurd. Hierdoor was de schijn van vooringenomenheid jegens verzoeker gewekt en was het wrakingsverzoek gegrond. De wrakingskamer wees het verzoek toe en constateerde dat er geen proceskostenvergoeding werd toegekend.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de drie rechters wordt toegewezen vanwege de schijn van vooringenomenheid.