ECLI:NL:CRVB:2016:4464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.N.A. Bootsma
- J.J.A. Kooijman
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig ontslag wegens ziekte door onvoldoende re-integratieonderzoek
Appellante was sinds 1979 werkzaam bij de Belastingdienst en kampte sinds 1999 met psychische klachten die haar arbeidsongeschikt maakten. Na diverse re-integratiepogingen en opleidingen verleende de staatssecretaris haar ontslag wegens ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte per 16 januari 2014.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de staatssecretaris niet in redelijkheid tot dit ontslagbesluit kon komen. Cruciaal is dat het UWV in het jaar voorafgaand aan het ontslag geen claimbeoordeling heeft uitgevoerd en dat de staatssecretaris geen oordeel van het UWV heeft gevraagd zoals vereist op grond van artikel 98, zevende lid, van het ARAR en artikel 32, derde lid, van de Wet SUWI.
Daarnaast was het advies van de arbeidsdeskundige ondeugdelijk omdat deze zonder overleg met de verzekeringsarts een beperking kwalificeerde die niet overeenkwam met de medische bevindingen. Hierdoor was het oordeel dat duurzame re-integratie niet mogelijk was onvoldoende onderbouwd.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat de staatssecretaris een deugdelijk herplaatsingsonderzoek moet verrichten voordat opnieuw tot ontslag kan worden overgegaan. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens ziekte wordt vernietigd omdat het vereiste UWV-oordeel ontbrak en het arbeidsdeskundig advies ondeugdelijk was.