Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontvangt sinds 2006 een WIA-uitkering en werkte in 2012 deels als zelfstandige schoonheidsspecialiste en deels in loondienst. Het UWV heeft de winst uit zelfstandige arbeid over 2012 evenredig verdeeld over twaalf maanden bij vaststelling van de uitkering. Betrokkene maakte bezwaar en stelde dat de winst anders verdeeld moest worden vanwege een sterke daling van omzet en winst in de tweede helft van 2012, mede door het beëindigen van de huurovereenkomst van haar bedrijfsruimte en een concurrentiebeding.
De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen volgens de door een arbeidsdeskundige voorgestane berekeningswijze. Het UWV ging in hoger beroep en stelde dat de vaste rechtspraak en het Algemeen Inkomensbesluit (AIB) voorschrijven dat winst gelijkmatig over het jaar wordt toegerekend, tenzij sprake is van een situatie waarin betrokkene volstrekt buiten staat is werkzaamheden te verrichten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de omstandigheden van betrokkene, waaronder het economische risico en contractuele verplichtingen, normale bedrijfsrisico's zijn die niet leiden tot een kennelijk onredelijk resultaat. Daarom is de evenredige toerekening van de winst over de twaalf maanden terecht en wordt het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.