ECLI:NL:CRVB:2016:3439
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- J.L. Boxum
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenbehandelingstelling bijstandsaanvraag wegens ontbreken bankafschriften kinderen
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), maar hun aanvraag voor hernieuwde bijstand werd door het bestuur buiten behandeling gesteld omdat zij niet alle gevraagde bankafschriften van hun ten laste komende kinderen tijdig hadden overgelegd.
Het bestuur baseerde het besluit op gegevens van de Belastingdienst waaruit bleek dat de kinderen bank- en spaarrekeningen hadden. Ondanks verzoeken om deze bankafschriften te overleggen, ontbraken deze in de aanvankelijke aanvraag. Appellanten stelden dat zij deze stukken wel tijdig hadden ingediend en dat de rekeningen geen relevant saldo hadden, maar konden dit niet aannemelijk maken.
De Raad oordeelde dat bankrekeningen van minderjarige kinderen relevant zijn voor de beoordeling van het recht op bijstand en dat het bestuur terecht de aanvraag buiten behandeling stelde op grond van artikel 4:5 Awb Pro. De latere overgelegde stukken in bezwaar konden hieraan geen afbreuk doen. Het verzoek om vergoeding van schade werd afgewezen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijstand is terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig overleggen van bankafschriften van de kinderen.