ECLI:NL:CRVB:2020:2239
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenbehandelingstelling aanvraag bijstand wegens niet verstrekken bankafschriften
Appellante diende op 11 januari 2018 een aanvraag om bijstand in op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verzocht haar meerdere malen om bankafschriften van haar en haar minderjarige kinderen over de periode van 1 februari 2017 tot 16 januari 2018 te verstrekken. Appellante leverde niet alle gevraagde afschriften aan.
Het college stelde de aanvraag op 7 februari 2018 buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de aanvraag onvolledig was. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de aanvraag niet meer onvolledig was en dat het college niet in redelijkheid gebruik kon maken van de bevoegdheid tot buitenbehandelingstelling.
De Raad oordeelde dat de ontbrekende bankafschriften essentiële gegevens zijn voor de beoordeling van de aanvraag en dat appellante redelijkerwijs over deze gegevens kon beschikken. Omdat het college daardoor geen volledig inzicht had in de financiële situatie, was de aanvraag onvolledig. Het college was daarom bevoegd om de aanvraag buiten behandeling te stellen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand werd terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet verstrekken van alle gevraagde bankafschriften.