ECLI:NL:CRVB:2016:1014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid ondanks ziekte van Lyme
Appellante, werkzaam als activiteitenbegeleidster, viel sinds oktober 2007 wegens ziekte uit. Na diverse beoordelingen door het Uwv werd zij per 23 september 2013 geschikt geacht voor arbeid, waarna haar Ziektewetuitkering werd beëindigd. Appellante voerde aan dat het Uwv haar beperkingen verkeerd had ingeschat en dat de medische beoordeling onvoldoende zorgvuldig was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Uwv een zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij verzekeringsartsen en medisch specialisten waren betrokken. Hoewel appellante klachten heeft als gevolg van de ziekte van Lyme, waaronder een slechte conditie, is onvoldoende gebleken dat zij de functie van productiemedewerker niet kan vervullen. Het feit dat zij in het kader van de WWB ontheven was van sollicitatieplicht, is niet relevant voor de beoordeling onder de Ziektewet.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 10 juni 2014 werd bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht meer heeft op Ziektewetuitkering omdat zij geschikt is voor arbeid.