In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of appellante recht had op hulp bij het huishouden voor het bereiden van maaltijden, dan wel dat de maaltijdservice van de leverancier 'Van Alle Smaken' als voldoende voorliggende voorziening kon worden aangemerkt.
Na een eerdere tussenuitspraak waarbij het college werd opgedragen de motivering van het bestreden besluit te verbeteren, heeft het college nader onderzoek gedaan naar de geschiktheid van de maaltijden van 'Van Alle Smaken' voor appellante, rekening houdend met haar dieetwensen en -beperkingen. De Raad concludeerde dat de leverancier voldoende geschikte maaltijdcomponenten kan leveren die aan de dieetwensen voldoen en dat appellante deze maaltijden naar eigen wens kan samenstellen.
Appellante voerde aan dat de leverancier niet geïnformeerd was over haar specifieke dieet en dat de maaltijden duur waren, maar de Raad vond dat het college niet verplicht was om aanvullende informatie over intoleranties voor te leggen aan de leverancier. Ook werd verwezen naar de mogelijkheid van bijzondere bijstand voor eventuele meerkosten.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het bestreden besluit, maar stelde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven omdat het college met het aanvullende onderzoek en de motivering aan haar compensatieverplichting heeft voldaan. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante.