ECLI:NL:CRVB:2014:1403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering indicatie extra uren huishoudelijke hulp voor maaltijdbereiding
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college om geen extra uren huishoudelijke hulp toe te kennen voor het bereiden van de warme maaltijd. Zij stelde dat een maaltijdvoorziening niet voldeed vanwege haar dieetvoorschriften, de zorg voor haar inwonende zoon en de financiële draagkracht.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat de maaltijdvoorziening geschikt was en dat appellante bijzondere bijstand kon aanvragen voor de bijkomende kosten. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten zonder nieuwe gronden aan te voeren.
De Raad onderschreef de motieven van de rechtbank en wees op het feit dat appellante inmiddels bijzondere bijstand heeft ontvangen voor de maaltijdvoorziening. De keuze van het college om de meerkosten via bijzondere bijstand te vergoeden is aanvaardbaar en voldoet aan de compensatieplicht uit de Wet maatschappelijke ondersteuning.
De Raad concludeerde dat het college de maaltijdvoorziening terecht als een adequate voorliggende voorziening heeft aangemerkt en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college bevestigd dat geen extra uren huishoudelijke hulp voor maaltijdbereiding worden toegekend.