ECLI:NL:CRVB:2015:912
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering uitstel ontslagdatum ondanks verhoging AOW-leeftijd
Appellant, een ambtenaar van politie, had eindeloopbaanverlof aangevraagd met de bedoeling zijn dienstverband te beëindigen per 1 juli 2012. Na bekendwording van de verhoging van de AOW-leeftijd verzocht hij om uitstel van zijn ontslagdatum met twee jaar, wat door de korpschef werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het verzoek neerkwam op terugkomen van een onherroepelijk besluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit van 23 juni 2011 geen ontslagbesluit was, maar dat het formele ontslag pas op 19 juni 2012 werd verleend. Desondanks was appellant gebonden aan de afspraak met de korpschef over beëindiging van het dienstverband, mede vanwege het beginsel van rechtszekerheid en het feit dat een vervanger was aangesteld.
De verhoging van de AOW-leeftijd werd niet als onvoorziene omstandigheid gezien die de afspraak kon wijzigen. Appellant had bij het maken van de afspraak rekening gehouden met mogelijke wijzigingen in de AOW-leeftijd. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot uitstel van de ontslagdatum wordt afgewezen en appellant is gebonden aan de gemaakte afspraak over zijn ontslag.