Eiseres, werkzaam bij de gemeente Hulst, vroeg op 24 mei 2018 om gebruik te mogen maken van het Generatiepact. Dit verzoek werd op 4 september 2018 positief beslist door het college, terwijl eiseres haar verzoek op 1 september 2018 had ingetrokken. Het college verklaarde het bezwaar van eiseres tegen dit besluit ongegrond, waarna eiseres beroep instelde.
De rechtbank beoordeelt of het college bevoegd was om te beslissen op het ingetrokken verzoek. Daarbij overweegt zij dat volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep intrekking van een ontslagverzoek vóór het besluit leidt tot het vervallen van de grondslag voor dat besluit, tenzij er een vaststellingsovereenkomst is gesloten. Het college stelde dat een mondelinge vaststellingsovereenkomst was gesloten, maar de rechtbank oordeelt dat hiervan geen bewijs is geleverd.
De rechtbank concludeert dat het college niet bevoegd was om te beslissen op het ingetrokken verzoek en verklaart het beroep gegrond. Het primaire besluit wordt herroepen en de uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde bestreden besluit. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.