ECLI:NL:CRVB:2015:707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Functieonderhoud hulpofficier van justitie binnen politieorganisatie
Appellant, werkzaam als teamchef binnen de districtsrecherche, verzocht om functieonderhoud op grond van de Tijdelijke regeling functieonderhoud politie (Trfp) omdat hij werkzaamheden verrichtte die wezenlijk afwijken van zijn oorspronkelijke functie. De korpschef weigerde aanvankelijk deze werkzaamheden als hulpofficier van justitie in de functiebeschrijving op te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn werkzaamheden als hulpofficier van justitie meer dan incidenteel en wezenlijk afwijken van zijn functie en dat deze daarom in de functiebeschrijving moeten worden opgenomen. De Raad oordeelde dat appellant aannemelijk heeft gemaakt dat hij dergelijke werkzaamheden verrichtte die niet onder zijn oorspronkelijke functiebeschrijving vallen.
De Raad verwierp de argumenten van de korpschef dat het een neventaak zou zijn of dat het beleid binnen de voormalige politieregio dit niet rechtvaardigt. Ook de overige werkzaamheden als plaatsvervangend chef recherche en leider van de dag zijn volgens de Raad voldoende beschreven. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit voor zover de hulpofficierstaken niet waren opgenomen en bepaalde dat deze taken aan de functiebeschrijving worden toegevoegd.
Daarnaast veroordeelde de Raad de korpschef in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De werkzaamheden als hulpofficier van justitie worden toegevoegd aan de functiebeschrijving en het beroep wordt gegrond verklaard.