ECLI:NL:CRVB:2015:4587
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering voorschot Ziektewet-uitkering bij aanvechting ontslagprocedure
Betrokkene, een ambtenaar, had met ingang van 1 november 2012 ontslag gekregen, maar had dit ontslag aangevochten. Hierdoor bestond onzekerheid over zijn recht op bezoldiging. Het UWV weigerde op grond van artikel 47a van de Ziektewet een voorschot op de uitkering te verstrekken. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, omdat zij onderscheid maakte tussen onzekerheid over het ontslag en onzekerheid over bezoldiging.
In hoger beroep stelde het UWV dat dit onderscheid niet juist is en dat artikel 47a ZW ook van toepassing is indien onzekerheid bestaat door procedures tegen het ontslag. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit standpunt en oordeelde dat zolang de ontslagprocedure niet was afgerond, er twijfel bestond over het recht op bezoldiging.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Het UWV had terecht geweigerd een voorschot te verstrekken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 december 2015.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen de weigering van een voorschot op de Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard.