ECLI:NL:CRVB:2014:3051
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorschot weigering Ziektewet bij twijfel over recht op bezoldiging
Betrokkene was ambtenaar en viel uit wegens ziekte. Na eervol ontslag per 21 januari 2013 weigerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) een voorschot op de Ziektewet-uitkering te verstrekken vanwege onduidelijkheid over het recht op bezoldiging. De rechtbank had het besluit vernietigd omdat zij oordeelde dat er geen onzekerheid bestond over het recht op bezoldiging.
In hoger beroep stelde appellant dat de onzekerheid voortduurt zolang procedures over het ontslag lopen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat artikel 47a ZW strikt moet worden uitgelegd en dat het recht op bezoldiging onzeker blijft zolang het voortbestaan van de dienstbetrekking onduidelijk is. Dit geldt ook in ambtenarenrechtelijke procedures, waar bezwaar en beroep geen schorsende werking hebben.
De Raad concludeerde dat de appellant terecht het voorschot heeft geweigerd zolang deze onzekerheid bestaat. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een voorschot op de Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard.