ECLI:NL:CRVB:2015:4284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid met in stand laten rechtsgevolgen
Appellant, werkzaam als mede-eigenaar van een champignonkwekerij, meldde zich ziek vanwege diverse klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. Appellant stelde bezwaar en beroep in, waarbij medische en arbeidskundige rapporten werden herzien en aangepast.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het UWV de beperkingen van appellant niet had onderschat en het maatmaninkomen correct was vastgesteld op basis van de fiscale nettowinst over drie jaren. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en bracht aanvullende medische stukken in. De Raad stelde vast dat het UWV de medische en arbeidskundige beoordeling had gewijzigd, waardoor het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak vernietigd moesten worden.
De Raad oordeelde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand konden blijven omdat de gewijzigde beoordeling geen aanleiding gaf tot een andere uitkomst. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen vanwege de complexiteit van de zaak en het feit dat de langere duur niet aan partijen of rechterlijke instanties kon worden toegerekend. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WIA-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt afgewezen.