ECLI:NL:CRVB:2007:BB9284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatmaninkomen zelfstandige bij WAZ-uitkering ondanks bijzondere omstandigheden
Appellant, een zelfstandige garagehouder, had een WAZ-uitkering aangevraagd wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV had het maatmaninkomen berekend op basis van de fiscale winst over de jaren 1998 tot en met 2000. Appellant voerde aan dat bijzondere omstandigheden, zoals een bedrijfsomslag in 1997 en het ernstige ongeval van zijn zoon in 1999, een afwijking van deze berekeningswijze rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat de vaste regel om het maatmaninkomen te baseren op drie voorafgaande jaren, ook de effecten van bedrijfswijzigingen en life-events matigt en dat praktische gronden voor afwijking zelden aanwezig zijn.
De Raad concludeert dat de door appellant aangevoerde omstandigheden niet leiden tot een uitzondering op de hoofdregel. Ook de fiscale keuzes omtrent investeringsaftrek en vervangingsreserve worden gevolgd. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.