Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, van Tibetaanse afkomst en zonder rechtmatig verblijf in Nederland, diende op 23 augustus 2012 een aanvraag in voor maatschappelijke opvang bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Deze aanvraag werd op 25 september 2012 afgewezen en het bezwaar van appellant werd op 19 februari 2013 ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van feitelijke dakloosheid.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, stellende dat appellant gedurende de relevante periode onderdak had bij vrienden en kennissen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij kwetsbaar was en afhankelijk van de willekeur van particulieren, waardoor zijn elementaire levensbehoeften niet waren gewaarborgd.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van de Wmo en de Vreemdelingenwet 2000 appellant geen aanspraak kon maken op maatschappelijke opvang. Gedurende de periode van 23 augustus 2012 tot en met 19 februari 2013 was geen sprake van dakloosheid of dreiging daarvan. Het college had derhalve terecht de aanvraag afgewezen. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag maatschappelijke opvang wordt afgewezen omdat appellant niet feitelijk dakloos was.