ECLI:NL:CRVB:2015:2520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij re-integratieverplichtingen WIA
Appellante, voormalig medewerkster financiële administratie, meldde zich ziek wegens tumoren en ontving een Ziektewetuitkering met opgelegde re-integratieverplichtingen. Het UWV stelde een Bijstelling plan van aanpak vast, waartegen appellante bezwaar maakte, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard door de rechtbank.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet in staat was de voorgestelde therapeutische ondersteuning of vrijwilligerswerk te verrichten en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was. De Raad stelde vast dat het hoger beroep gericht was op het vermijden van re-integratieverplichtingen.
Echter, na het instellen van het hoger beroep had het UWV vastgesteld dat de Ziektewetuitkering na 104 weken eindigde, waardoor de wachttijd voor de Wet WIA was verstreken. Re-integratieverplichtingen zijn alleen van toepassing gedurende deze wachttijd. Bovendien was er geen uitvoering gegeven aan het plan van aanpak.
De Raad concludeerde dat appellante geen procesbelang meer had bij het hoger beroep en verklaarde het niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.