ECLI:NL:CRVB:2015:1903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens benadelingshandeling door appellant
Appellant verzocht om een Ziektewetuitkering vanaf november 2011, welke door het Uwv werd geweigerd wegens een benadelingshandeling. Dit hield in dat appellant bewust afstand had gedaan van zijn recht op loon door niet tijdig verweer te voeren tegen het ontslag op staande voet, terwijl hij al ziek was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de psychische klachten van appellant niet zodanig waren dat hem geen verwijt kon worden gemaakt.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij op grond van zijn psychische gezondheidstoestand een minder belastende procedure mocht kiezen en dat het niet voeren van verweer niet verwijtbaar was. De Raad oordeelde dat het Uwv bevoegd was het primaire besluit te motiveren en dat appellant terecht werd verweten dat hij zijn recht op loon prijs gaf terwijl het arbeidsongeschiktheidsrisico al was ingetreden.
De Raad stelde vast dat de medische gegevens geen aanleiding gaven tot vermindering van verwijtbaarheid en dat appellant professionele bijstand had, waardoor hij een weloverwogen keuze had gemaakt. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd wegens benadelingshandeling door appellant.