ECLI:NL:CRVB:2013:BY8635
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Weigering Ziektewetuitkering na beëindigingsovereenkomst tijdens ziekte bij reorganisatie
Appellante was sinds 1972 in dienst bij ABN AMRO en viel in december 2009 uit wegens ziekte. In 2010 vond een integratie en reorganisatie plaats waarbij haar vestiging werd gesloten en zij boventallig werd verklaard. Op 9 september 2010 sloot zij een beëindigingsovereenkomst met ABN AMRO, waarna zij per 1 november 2010 een Ziektewetuitkering aanvroeg.
Het UWV weigerde deze uitkering omdat appellante tijdens ziekte had ingestemd met beëindiging van haar arbeidsovereenkomst, wat werd gezien als benadelingshandeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellante ging in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het opzegverbod tijdens ziekte onverkort gold omdat de werkzaamheden elders werden voortgezet. Wel was sprake van een reorganisatie met noodzaak tot vermindering van arbeidsplaatsen, correcte toepassing van het afspiegelingsbeginsel en een vergoeding conform de kantonrechtersformule. De kans dat de kantonrechter een ontbindingsverzoek zou afwijzen was verwaarloosbaar klein, zodat geen benadelingshandeling was gepleegd.
Daarom werd het besluit van het UWV dat de ZW-uitkering weigerde vernietigd en werd het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de Ziektewetuitkering wegens benadelingshandeling is vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.