Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene kreeg studiefinanciering toegekend als uitwonende student, maar na een huisbezoek door controleurs werd geconcludeerd dat hij feitelijk als thuiswonend moest worden aangemerkt. Op basis van een rapportage werd de studiefinanciering herzien en teruggevorderd. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze herziening, dat door de rechtbank werd toegewezen vanwege onvoldoende bewijs van de feitelijke woonplaats.
In hoger beroep stelde appellant dat betrokkene niet het centrum van zijn sociale en maatschappelijke activiteiten op het adres had en dat hij onvoldoende bewijs had geleverd dat hij daar woonde. Betrokkene voerde aan dat de kamer exclusief voor hem was en dat de controleurs zonder toestemming de kamer hadden betreden.
De Raad oordeelde dat volgens de Wet studiefinanciering 2000 de woonplaats moet worden vastgesteld aan de hand van concrete feiten en omstandigheden. Uit verklaringen en e-mails bleek dat betrokkene slechts enkele dagen per week op het adres verbleef en zijn hoofdverblijf elders had. Betrokkene slaagde er niet in onomstotelijk bewijs te leveren dat hij in de periode voorafgaand aan de controle op het adres woonde. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van studiefinanciering blijft in stand.