ECLI:NL:CRVB:2015:1407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet aanvaarden passende arbeid door eigen toedoen
Appellant ontving vanaf december 2010 een WW-uitkering gebaseerd op 34,03 arbeidsuren per week. In mei 2012 begon hij een werkstage bij het Ministerie van Defensie. Vervolgens werd hem een concreet werkaanbod gedaan voor een functie als assistent greenkeeper bij een golfclub, met een contract van 40 uur per week. Appellant voerde echter aan dat hij door een werkcoach gedwongen werd dit aanbod te accepteren en heeft de baan niet aanvaard.
Het UWV beëindigde daarom per 16 juli 2012 de WW-uitkering wegens het niet verkrijgen van passende arbeid door eigen toedoen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het werkaanbod passend was en dat appellant de stage tussentijds had moeten beëindigen.
In hoger beroep stelde appellant dat de golfclub geen bezwaar had tegen een latere aanvang van de baan. De Raad concludeerde echter dat dit niet werd ondersteund door de werkgever en dat het werkaanbod concreet en passend was. De verplichting uit artikel 24 WW Pro werd geschonden door appellant.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarbij de WW-uitkering blijvend geheel wordt geweigerd op grond van artikel 27, tweede lid, WW. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt blijvend geheel geweigerd wegens het niet aanvaarden van passende arbeid door eigen toedoen.