ECLI:NL:CRVB:2015:1359
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering AOI-uitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving sinds 2008 een Aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen (AIO) samen met haar echtgenoot. Na het overlijden van haar echtgenoot in 2012 werd de AIO aangepast naar de norm voor alleenstaanden. In 2012 signaleerde de Belastingdienst dat appellante en haar echtgenoot meerdere niet gemelde bankrekeningen hadden, waaronder een rekening met een tegoed van €35.000 in 2008. De Sociale verzekeringsbank (Svb) verzocht om informatie, maar appellante verstrekte deze niet.
De Svb trok daarop de AIO-uitkering over de periode 2008-2012 in en vorderde de kosten terug. De rechtbank wees het beroep van appellante af. In hoger beroep stelde appellante dat zij geen weet had van de bankrekeningen vanwege haar leeftijd, analfabetisme en slechte gezondheid, en dat terugvordering vanwege haar situatie onredelijk was. De Raad oordeelde dat partners in gezinsbijstand als een eenheid worden gezien, waardoor onbekendheid met elkaars financiële situatie niet geldt als verweer.
Appellante kon niet aannemelijk maken dat zij geen beschikking had over het tegoed op de bankrekeningen en slaagde er niet in de herkomst en bestemming van het tegoed te verklaren. De Raad bevestigde dat de Svb bevoegd was tot intrekking en terugvordering en dat geen dringende redenen bestonden om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de AOI-uitkering bevestigd.