ECLI:NL:CRVB:2015:1167
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Gebrekkige motivering van UWV over re-integratie-inspanningen en loonsanctie in WIA-procedure
Appellant was sinds 2007 werkzaam als servicemedewerker en meldde zich in maart 2011 ziek wegens spanningsklachten. Na geleidelijke werkhervatting ontstond een arbeidsconflict met de werkgever, wat leidde tot stagnerende re-integratie. Het UWV stelde op basis van deskundigenoordelen vast dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had geleverd.
Appellant vroeg een WIA-uitkering aan, die aanvankelijk werd afgewezen, maar na bezwaar deels werd toegekend. Het bezwaar tegen het oordeel dat de werkgever voldoende had gedaan om re-integratie te bevorderen werd ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onjuiste motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij volledig arbeidsongeschikt was en dat de werkgever onvoldoende had gedaan, onder meer door tegenwerking en het ontbreken van passende arbeid. Het UWV stelde dat de werkgever voldoende had gedaan, onderbouwd met gesprekken en interventies.
De Raad concludeert dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het arbeidsconflict na het deskundigenoordeel van september 2012 als opgelost kan worden beschouwd. Het besluit voldoet niet aan de motiveringseisen van de Awb. Daarom wordt het UWV opgedragen het besluit binnen zes weken te herstellen met een deugdelijke toelichting op de re-integratie-inspanningen en het niet opleggen van een loonsanctie.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit over de re-integratie-inspanningen en loonsanctie binnen zes weken te herstellen wegens gebrekkige motivering.