ECLI:NL:CRVB:2014:745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- B.J. van de Griend
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursfase sociale zekerheidsprocedure
De zaak betreft een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuursrechtelijke procedure rondom een bezwaar tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb). Betrokkene had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Svb, waarna de procedure ruim vijf jaar heeft geduurd, wat de redelijke termijn ruimschoots overschrijdt.
De Svb voerde aan dat de overschrijding mede te wijten was aan de proceshouding van betrokkene, die meerdere keren uitstel vroeg voor het indienen van de motivering van het bezwaar. De Raad oordeelde echter dat de bestuursfase voldoende ruimte biedt voor uitstelverzoeken en dat de overschrijding niet in belangrijke mate aan betrokkene kon worden toegerekend. Ook nam de Raad mee dat de Svb zelf ook tijd nodig had voor de afhandeling van de uitstelverzoeken.
De Raad besloot het verzoek om schadevergoeding toe te wijzen en bepaalde de maximale vergoeding op €3000, gebaseerd op €500 per half jaar overschrijding. Omdat reeds €2500 was toegekend voor de rechterlijke fase, werd de Svb veroordeeld tot betaling van €500 voor de bestuursfase. Tevens werd de Svb veroordeeld in de proceskosten van verzoekers ter hoogte van €730,50.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 maart 2014.
Uitkomst: De Sociale Verzekeringsbank wordt veroordeeld tot betaling van €500 schadevergoeding en €730,50 proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuursfase.