ECLI:NL:CRVB:2014:4300
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Appellant vroeg in juni 2011 om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van ervaringen tijdens de oorlog in Nederlands-Indië, waaronder een rampok-partij, evacuatie naar het 10e Bataljon en schietincidenten. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet aannemelijk was gemaakt dat appellant daadwerkelijk is getroffen door oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wubo.
De Raad beoordeelde de feiten: bij de rampok was geen excessief geweld aangetoond; de evacuatie vond niet plaats onder levensbedreigende omstandigheden; en het schietincident waarbij een kogel door de wadjang vloog werd niet aannemelijk geacht aanwezig te zijn geweest door appellant. Andere relevante gebeurtenissen werden niet vastgesteld.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de redelijke termijn voor de procedure met minder dan een maand was overschreden, wat volledig aan de bestuursfase toe te rekenen is. Daarom werd appellant een schadevergoeding van €500 toegekend. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De aanvraag tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt afgewezen, maar appellant ontvangt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.