ECLI:NL:CRVB:2014:4139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid ICT-werk
Appellant was tot februari 2011 ICT-medewerker en ontving een Ziektewet-uitkering na ziekmelding wegens clusterhoofdpijn. Na medisch onderzoek verklaarde het UWV hem per 2 januari 2012 hersteld, waarna de ZW-uitkering werd beëindigd. Appellant meldde zich opnieuw ziek in maart 2012, maar het UWV beëindigde de ZW-uitkering per 17 december 2012 op grond van het oordeel dat hij zijn eigen werk kon hervatten.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn clusterhoofdpijn chronisch was geworden met ernstige aanvallen zonder klachtenvrije periodes, waardoor hij niet kon werken. Hij betwistte ook dat zijn functie licht was. De Raad benoemde een onafhankelijke neuroloog die concludeerde dat er geen wezenlijke toename van de hoofdpijn was en dat appellant licht verminderd belastbaar was.
De Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat appellant met inachtneming van beperkingen zijn ICT-werk kon verrichten. Er was geen medische informatie die het rapport weerlegde. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering is terecht beëindigd omdat appellant geschikt is voor zijn ICT-werk met inachtneming van beperkingen.