ECLI:NL:CRVB:2012:BX3441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbrekende toename beperkingen
Appellant heeft een WAO-uitkering gekregen vanwege psychische en rugklachten, die per 1 september 2006 werd ingetrokken omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% was. Na bezwaar en een eerdere beoordeling door een bezwaarverzekeringsarts werd vastgesteld dat zijn beperkingen niet waren toegenomen.
Appellant verzocht opnieuw om een WAO-uitkering op grond van vermeende toename van zijn beperkingen sinds 2008. Het UWV wees dit verzoek af, waarna appellant in hoger beroep ging. De Centrale Raad van Beroep liet een onafhankelijke psychiater rapporteren, die concludeerde dat er geen wijziging was in de medische toestand sinds de eerdere beoordeling.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht geen WAO-uitkering toekende omdat niet was voldaan aan artikel 43a, eerste lid, van de WAO. De rapporten van de medisch adviseur en psychiater boden geen overtuigend bewijs van een toename van beperkingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen WAO-uitkering krijgt omdat geen sprake is van toename van beperkingen.