ECLI:NL:CRVB:2014:398
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.J. Schaap
- W.H. Bel
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering verhuiskostenvergoeding wegens ontbreken medische beperkingen in normaal woninggebruik
Appellant, wonend met zijn gezin in een benedenwoning, verzocht op grond van de Wmo om een verhuiskostenvergoeding vanwege het gevaar van een nabijgelegen kanaal voor zijn verstandelijk beperkte dochter en de geluidsoverlast door drugsgebruikers die haar slaapproblemen zouden veroorzaken.
Het college wees de aanvraag af op advies van een medisch adviseur die concludeerde dat er geen medische beperkingen zijn die verhuizing noodzakelijk maken en dat de ouders verantwoordelijk zijn voor veiligheidsmaatregelen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de problemen niet zelf op te lossen zijn en dat er geen causaal verband is tussen de slaapproblemen en de omgevingsfactoren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch advies onzorgvuldig was en dat er wel een causaal verband bestaat. De Raad oordeelde dat het advies zorgvuldig tot stand is gekomen, dat het normale gebruik van de woning geen beperkingen kent door het kanaal, en dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor het verband tussen slaapproblemen en geluidsoverlast.
De Raad bevestigde dat appellant eigen verantwoordelijkheid draagt voor veiligheidsmaatregelen en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn voor toepassing van de hardheidsclausule. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van verhuiskostenvergoeding bevestigd.