ECLI:NL:CRVB:2014:2712
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering tijdens voorlopige hechtenis
Appellant ontving sinds 1987 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Naar aanleiding van een tip over zijn arrestatie en detentie in 2010 startte het UWV een onderzoek. Hieruit bleek dat appellant van 21 juli tot 1 oktober 2010 in voorlopige hechtenis zat.
Het UWV trok de uitkering over de periode van 21 augustus tot en met 30 september 2010 in en vorderde ten onrechte betaalde bedragen terug. Appellant maakte bezwaar, maar het UWV handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat voorlopige hechtenis gelijkstaat aan vrijheidsontneming, ongeacht een veroordeling.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd bevestigd dat de WAO-uitkering moet worden ingetrokken tijdens voorlopige hechtenis. Ook een vermeend beleid van het UWV om uitkeringen te behouden als gedetineerden in hun eigen onderhoud voorzien, werd verworpen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en sprak geen proceskosten toe.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering over de periode van voorlopige hechtenis.