ECLI:NL:CRVB:2014:2356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam geweest als verpleegkundige en leerling echoscopieverpleegkundige, vroeg een WIA-uitkering aan vanwege psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij medisch beperkt was tot 32 uur werken en niet onbegeleid naar buiten kon, en dat de maatman onjuist was gekozen. De Raad overwoog dat uit medische rapporten en psychologische informatie geen aanwijzingen voor deze beperkingen blijken. Ook is de maatman correct vastgesteld, aangezien het laatst verrichte werk als uitgangspunt geldt tenzij er duidelijke indicaties zijn van ongeschiktheid bij aanvang.
De Raad concludeerde dat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2014.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen WIA-uitkering ontvangt omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.