ECLI:NL:CRVB:2006:AV1080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Geen arbeidsongeschiktheid vastgesteld; terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem die de terugvorderingsbesluiten inzake onverschuldigd betaalde AAW- en WAO-uitkeringen aan gedaagde vernietigde. Gedaagde was sinds december 1991 ziek gemeld met psychische klachten en ontving uitkeringen op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%.
Gedurende de procedure zijn diverse medische rapporten en onderzoeken overlegd, waaronder neuropsychologisch en psychiatrisch onderzoek. De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige, prof.dr. Koerselman, die concludeerde dat het ziektebeeld van gedaagde berustte op simulatie en niet op een objectiveerbare ziekte of gebrek. Deze conclusie werd ondersteund door eerdere rapporten en het opsporingsonderzoek dat aangaf dat gedaagde werkzaamheden verrichtte die niet waren gemeld.
De Raad oordeelt dat er geen sprake was van arbeidsongeschiktheid in de zin van de AAW en WAO vanaf 9 december 1992 en dat de uitkeringen ten onrechte zijn verstrekt. De terugvordering van deze uitkeringen is daarom rechtmatig. Het verzoek van gedaagde om aanhouding voor aanvullend neurologisch onderzoek wordt afgewezen vanwege de geringe kans op nieuwe inzichten.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van appellant gegrond, waarbij de beroepen van gedaagde ongegrond worden verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De terugvordering van onverschuldigde WAO-uitkeringen is rechtmatig; geen sprake van arbeidsongeschiktheid.