ECLI:NL:CRVB:2014:1876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als huismeester, meldde zich ziek met rug- en psychische klachten. Het UWV weigerde een WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat de geduide functies niet passend waren, onder meer gesteund op een CIZ-indicatie en medische rapporten van PsyQ en Fourstar. De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat de CIZ-indicatie niet relevant is voor de WIA-beoordeling.
De Raad onderschreef het oordeel dat appellant geschikt is voor de geduide functies binnen de beperkingen vastgesteld per 1 december 2011. Het beroep faalt, en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.