ECLI:NL:CRVB:2014:1673
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering studiefinanciering wegens niet-wonen op GBA-adres
Appellante kreeg in 2012 studiefinanciering toegekend op basis van de norm voor een uitwonende studerende, terwijl zij volgens de Minister vanaf 1 januari 2012 als thuiswonend moest worden aangemerkt. De Minister herzag het besluit en vorderde een bedrag van €1.143,24 terug, omdat bij een huisbezoek op 4 juni 2012 bleek dat de woning op het GBA-adres leeg stond.
Appellante voerde aan dat zij tot 2 juni 2012 op het GBA-adres had gewoond en pas vlak voor de controle was verhuisd. Zij overhandigde verklaringen van medebewoners en een summiere huurovereenkomst ter onderbouwing. De rechtbank oordeelde echter dat deze verklaringen onvoldoende bewijs boden en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij daadwerkelijk op het GBA-adres woonde.
De Raad bevestigt dit oordeel. De inconsistenties in de verklaringen, het ontbreken van bewijs van huurbetalingen en het feit dat appellante al vanaf juni 2011 op het GBA-adres stond ingeschreven, leiden tot de conclusie dat het wettelijk vermoeden van niet-wonen op het GBA-adres niet is weerlegd. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering studiefinanciering wordt bevestigd.