ECLI:NL:CRVB:2013:CA1883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- E.J. Govaers
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging en terugvordering WAO-uitkering ondanks kwijtscheldingswinst zelfstandige
Appellant ontvangt sinds 1990 een WAO-uitkering en werkt daarnaast als zelfstandige. Het UWV heeft de WAO-uitkering verlaagd en een bedrag teruggevorderd op grond van inkomsten uit zelfstandige activiteiten in 2009. De rechtbank stelde dat de fiscale winstkeuze van appellant leidend is voor de beoordeling van inkomsten uit arbeid, tenzij bijzondere omstandigheden aantoonbaar zijn. Appellant stelde dat de kwijtscheldingswinst voortkwam uit een bijzondere afspraak met de NOM, en dat terugvordering onaanvaardbaar is vanwege persoonlijke schulden.
De Raad overweegt dat de fiscale winstkeuze in principe doorslaggevend is en dat de kwijtscheldingswinst onderdeel is van het normale ondernemersrisico, waardoor geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond. Tevens is het UWV verplicht tot terugvordering, tenzij zeer bijzondere dringende redenen aanwezig zijn, welke appellant niet heeft onderbouwd.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verlaging en terugvordering van de WAO-uitkering over 2009 worden bevestigd en het hoger beroep afgewezen.