ECLI:NL:CRVB:2010:BO6014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAZ-uitkering wegens inkomsten uit arbeid uit VOF
Appellant was sinds 1993 mede-vennoot in een vennootschap onder firma (VOF) en ontving vanaf 1996 een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het UWV stelde vast dat appellant inkomsten uit de VOF had ontvangen die niet waren opgegeven, wat leidde tot herziening en terugvordering van de WAZ-uitkering.
Appellant voerde aan dat de bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) van toepassing waren en ontkende dat hij arbeid had verricht in de betreffende periode. De Raad oordeelde dat de WAZ van toepassing is sinds 1998 en dat de inkomsten uit de VOF als inkomsten uit arbeid moeten worden aangemerkt, mede omdat deze als winst uit onderneming waren opgegeven aan de fiscus en een zelfstandigenaftrek was gehonoreerd.
De Raad stelde vast dat appellant beheersactiviteiten verrichtte, zoals het zetten van handtekeningen en betrokkenheid bij het bedrijf, wat voldoende arbeidsinbreng oplevert. Er waren geen bijzondere omstandigheden die afweken van de fiscale kwalificatie. De terugvordering van de ten onrechte ontvangen uitkering is daarmee gerechtvaardigd en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de ten onrechte ontvangen WAZ-uitkering wegens inkomsten uit arbeid uit de VOF.