ECLI:NL:CRVB:2013:CA0554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken controleerbare verblijfplaats dakloze
Appellant, afkomstig uit Duitsland, heeft zich op 1 maart 2011 als dakloze gemeld bij het UWV werkbedrijf voor een aanvraag om bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Arnhem wees deze aanvraag af omdat appellant niet aannemelijk kon maken dat hij feitelijk in Arnhem verbleef.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij eerst bijstand moest ontvangen om zich feitelijk in Nederland te kunnen vestigen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat volgens artikel 40 WWB Pro het recht op bijstand afhankelijk is van het hebben van een woonplaats in de gemeente en dat controleerbare gegevens over de feitelijke verblijfplaats essentieel zijn.
Ook van iemand die dakloos is, mag worden verlangd dat hij dergelijke gegevens verstrekt voordat bijstand wordt toegekend. Appellant had geen postadres, maakte geen gebruik van nachtopvang en leverde slechts een nachtregistratieformulier in waarop onvolledige en niet controleerbare verblijfplaatsen stonden vermeld. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat appellant geen controleerbare gegevens over zijn feitelijke verblijfplaats heeft verstrekt.