ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht over onroerend goed in Turkije
Appellanten ontvingen bijstand, die het college met terugwerkende kracht introk vanwege het niet melden van onroerende zaken en een bankrekening in Turkije, wat een schending van de inlichtingenverplichting vormde. Het college vorderde de onterecht ontvangen bijstand terug tot een bedrag van € 187.883,28.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de intrekking ongegrond en vernietigde deels andere besluiten, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat ondanks de schending van de inlichtingenplicht het recht op bijstand over bepaalde periodes kan worden vastgesteld, omdat het vermogen van appellanten boven de vrijlatingsgrens lag.
De Raad bevestigt dat het college bevoegd was tot intrekking en terugvordering, maar vernietigt het besluit dat de aanvraag om bijstand vanaf 26 januari 2011 afwees, omdat het college onvoldoende rekening hield met huurinkomsten uit de onroerende zaken. Het college wordt opgedragen het besluit te herstellen en de huurinkomsten als inkomen mee te nemen. De proceskosten worden niet aan appellanten opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden deels bevestigd en deels vernietigd; het college wordt opgedragen het besluit te herstellen en huurinkomsten mee te nemen.