ECLI:NL:CRVB:2013:BY8076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
UGM-uitkering terecht in mindering gebracht op WW-uitkering ondanks beroep op gelijkheidsbeginsel
Betrokkene, een voormalig beroepsmilitair die functioneel leeftijdsontslag kreeg en een UGM-uitkering ontvangt, vroeg een WW-uitkering aan. Appellant bracht de UGM-uitkering in mindering op de WW-uitkering, waardoor deze niet werd uitbetaald. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat de UGM-uitkering niet gelijkgesteld kon worden aan een ouderdomspensioen en vernietigde het besluit.
Appellant ging in hoger beroep en stelde dat de UGM-uitkering wel als een ouderdomspensioen moet worden gezien, conform artikel 34 van Pro de WW en het Besluit Regeling Gelijkstelling van uitkeringen met ouderdomspensioen. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak waarin dit werd bevestigd en oordeelde dat appellant de UGM-uitkering terecht in mindering heeft gebracht.
Betrokkene voerde aan dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat bij andere oud-militairen de UGM-uitkering niet werd gekort, maar kon dit niet onderbouwen. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De UGM-uitkering is terecht in mindering gebracht op de WW-uitkering, het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.