Uitspraak
OVERWEGINGEN
“Niet verzekerd is de vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000”.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, met Surinaamse nationaliteit, vroeg kinderbijslag aan maar werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een verblijfsvergunning die vereist is volgens artikel 6, tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verwees naar eerdere rechtspraak waarin werd geoordeeld dat het onderscheid naar verblijfsstatus gerechtvaardigd is. Betrokkene stelde dat de weigering in strijd was met artikel 8 EVRM Pro, vanwege de langdurige verblijfssituatie en de handicap van haar kind.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Nederlandse stelsel van sociale voorzieningen binnen de beoordelingsruimte van de staat valt en dat het ontbreken van een verblijfsvergunning een gerechtvaardigde grond is voor weigering van kinderbijslag. Ook de Hoge Raad bevestigde eerder dat het onderscheid proportioneel en legitiem is.
De Raad concludeerde dat de weigering niet leidt tot een onmogelijkheid van de normale ontwikkeling van het privé- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Het bestreden besluit werd dan ook bevestigd en het hoger beroep van de Sociale verzekeringsbank behoeft geen behandeling.
Uitkomst: De weigering van kinderbijslag aan betrokkene wordt bevestigd vanwege het ontbreken van een rechtmatige verblijfsvergunning.