ECLI:NL:CRVB:2012:BX2046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.J. de Mooij
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag algemene en bijzondere bijstand wegens ontbreken geldige verblijfsvergunning
Appellant, een man met uitgebreide cognitieve functiestoornissen, vroeg algemene bijstand en bijzondere bijstand aan voor mentorschap en bewindvoering. Het college wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellant tijdens de te beoordelen periode geen vreemdeling was in de zin van artikel 11 van Pro de WWB, maar viel onder artikel 16, tweede lid, waardoor hij geen recht had op bijstand, ook niet op grond van zeer dringende redenen. De Raad benadrukte het primaat van de wetgever en het voorkomen van doorkruising van het vreemdelingenbeleid. Positieve verplichtingen uit het EVRM ten aanzien van vreemdelingen dienen door andere bestuursorganen te worden nagekomen.
De Raad liet de vraag of appellant als kwetsbare persoon bijzondere bescherming geniet op grond van artikel 8 EVRM Pro in het kader van de WWB in het midden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor algemene en bijzondere bijstand wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning.