ECLI:NL:CRVB:2012:BV8644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand en terugvordering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en werd door het college beschuldigd van het niet melden van een gezamenlijke huishouding met [S.], wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand over meerdere perioden. Het college baseerde zich op verklaringen van appellante, [S.] en buren, alsmede een onderzoek van de afdeling Bijzondere Onderzoeken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Raad dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat [S.] zijn hoofdverblijf had bij appellante tijdens de periode dat zij op het eerste adres woonde, maar onvoldoende bewijs is geleverd voor de periode op het tweede adres. Tevens is vastgesteld dat appellante de inlichtingenplicht heeft geschonden.
De Raad vernietigt het bestreden besluit voor zover het ziet op de intrekking en terugvordering over de periode op het tweede adres en draagt het college op een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Het college wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode op het tweede adres wordt vernietigd en het college krijgt opdracht een nieuw besluit te nemen.