ECLI:NL:CRVB:2012:BV1906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid intrekking toeslag op arbeidsongeschiktheidsuitkering bij verblijf in het buitenland
Betrokkene ontving sinds 1976 een arbeidsongeschiktheidsuitkering, aangevuld met een toeslag volgens de Toeslagenwet (TW) vanaf 1997. Na verhuizing naar Thailand werd de toeslag geleidelijk afgebouwd op grond van de Wet beperking export uitkeringen (Wet BEU), die bepaalt dat toeslagen niet worden uitgekeerd aan personen die niet in Nederland wonen.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de beëindiging van de toeslag in strijd was met internationale verdragsbepalingen, waaronder artikel 5 van Pro ILO-conventie 118 en non-discriminatiebepalingen uit het EVRM en IVBPR. De Centrale Raad vernietigt dit oordeel en oordeelt dat het verbod op exportbeperkingen niet van toepassing is op de toeslag, maar slechts op de arbeidsongeschiktheidsuitkering zelf.
De Raad overweegt dat het indirecte onderscheid naar woonplaats en nationaliteit gerechtvaardigd is binnen de marge van beoordeling van de wetgever, en dat de afbouw van de toeslag in drie volle jaren heeft plaatsgevonden. Daarnaast wordt een heropening van het onderzoek bevolen om een beslissing te nemen over een verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De intrekking van de toeslag wordt bevestigd en het eerdere vonnis van de rechtbank vernietigd, met heropening voor schadevergoeding wegens redelijke termijnoverschrijding.