ECLI:NL:CRVB:2003:AJ6852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Amerikaanse WAO-gerechtigde behoudt recht op toeslag onder Toeslagenwet ondanks afbouwbesluit
Betrokkene, een arbeidsongeschiktheidsuitkeringsgerechtigde woonachtig in de Verenigde Staten, ontving een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) besloot deze toeslag vanaf 1 januari 2000 in drie jaar af te bouwen vanwege het feit dat betrokkene in het buitenland woont, gesteund op nationale wetgeving.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat deze afbouw in strijd was met het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en de Verenigde Staten, omdat het Verdrag beperkingen op uitkeringen op grond van verblijf in het buitenland verbiedt. Het Uwv ging in hoger beroep en voerde aan dat de TW niet onder de materiële werkingssfeer van het Verdrag valt, mede vanwege een gewijzigd protocol.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde echter dat de toeslag onder de materiële werkingssfeer van het Verdrag valt, omdat de TW een aanvullende regeling is op de invaliditeitsverzekering zoals bedoeld in het Verdrag. De Raad verklaarde het hoger beroep van het Uwv ongegrond en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de afbouw onrechtmatig is.
De Raad wees tevens op het belang van het Verdrag en de uitleg dat de TW als aanvullende uitkering valt onder de bescherming van het Verdrag. Het hoger beroep van betrokkene werd niet ontvankelijk verklaard omdat zijn beroep in eerste aanleg reeds was gehonoreerd. De Raad legde een recht van € 348,- op aan het Uwv.
Uitkomst: De afbouw van de toeslag op grond van de Toeslagenwet aan een Amerikaanse WAO-gerechtigde is onrechtmatig en het hoger beroep van het Uwv wordt ongegrond verklaard.